Voor de analyse van de uitgaande- en inkomende paradigma’s baseren we ons op het Spiral Dynamics model, geïnitieerd door Clare Graves en doorontwikkeld door Don Beck en Christopher Cowan. Op een bepaald moment in de tijd spelen steeds meerdere paradigma’s tegelijk, waarvan er doorgaans twee het meest dominant zijn. Als uitgaande paradigma’s beschouwen wij deze die in het spiral dynamics model als DQ/blauw en ER/oranje aangeduid worden, als inkomende FS/groen en GT/geel.
Een paradigma definiëren we als een wereldbeeld dat bepaalt op welke manier je naar situaties en contexten kijkt, en hoe je ermee omgaat. Het gaat niet om gedrag en uiterlijk waarneembare patronen, maar om diepere waarden en overtuigingen, die het gedrag en onze gewoontes sturen. Het wordt vaak gevisualiseerd door de metafoor van de ijsberg, waarbij paradigma’s samenvallen met de (onder de watervlakte verborgen) diepere overtuigingen en waarden. Dat hun sturing en impact niet mag onderschat worden vatte Peter Drucker samen in de gekende quote “culture eats strategy for breakfast”.
“Paradigms are powerful because they create the lens through which we see the world”
Stephen Covey
Het is belangrijk om te onthouden dat er goede noch slechte paradigma’s bestaan. In elk denk- en waardenkader kan je, bij wijze van spreken, de verlichting bereiken. Waar het wél om gaat is of de wijze van denken, en de bijhorende waarden, de complexiteit van omgeving en wereld aankunnen. Doorheen de evolutie wordt de wereld steeds complexer, en het is een uitdaging voor de mensheid om zich op deze toenemende complexiteit af te stemmen en ermee om te gaan. Blijft het menselijke aanpassingsvermogen achter op de complexiteit van de omgeving dan ontstaan crisissen en chaos, en uiteindelijk een transitie.
We starten met een beknopt overzicht van de vroegere denk- en waardensystemen zoals die in het spiral dynamics model beschreven worden. We gaan ervan uit dat dit tot een dieper inzicht leidt in de huidige tijd en situatie. De problemen waar we vandaag tegenaan lopen zijn immers niets anders dan een teveel van onze vroegere doelen, en/of een te lang vasthouden aan oplossingen en strategieën voor vroegere problemen. Vervolgens komen de huidige uitgaande paradigma’s aan bod, gevolgd door de inkomende.
I. Een korte geschiedenis van eerdere paradigma’s
Het instinctieve paradigma
In dit paradigma is het individu gericht op
het bevredigen van de basale, noodzakelijke fysiologische behoeften om te overleven (honger, dorst, sex, etc). Men leeft op een automatische manier, op basis van instincten en biologische impulsen, er is geen tijds- noch ruimtebesef. Deze primitieve mens-vorm heeft geen enkel bewustzijn en ervaart zichzelf als ‘een dier tussen de dieren’, en merkt geen onderscheid tussen zichzelf en andere wezens.
“Het individu is gericht op het bevredigen van basale behoeften on te overleven.”
Individuen in dit paradigma zullen verder gaan ontwikkelen wanneer er verstoringen in de omgeving optreden die maken dat de periodieke fysiologische behoeften niet meer kunnen bevredigd worden, ofwel wanneer er nadat de basiscondities vervuld zijn nog energie overblijft.
Waar de overlevingsmodus van het instinctieve paradigma zich richt op de primaire basisbehoeftes om te overleven, wil het denk- en waardenpatroon van de clan het probleem van de a-periodieke fysiologische behoeftes van mensen oplossen, zoals de nood aan bescherming tegen koude, het vermijden van pijn, en dat soort zaken. Dit is een uitbreiding van bewustzijn vergeleken met het instinctieve, ‘dierlijke’ overleven, en dus complexer.
In dit wereldbeeld wordt de wereld als mysterieus en onveilig ervaren en het basisprobleem waarop men gericht is, is het bereiken van veiligheid. Men is er namelijk van overtuigd dat de wereld geregeerd wordt door niet-waarneembare (af)goden, met goede en kwade krachten, die bepalen hoe het met de mens gaat. Ook ‘levenloze’ voorwerpen bezitten een ziel: de geest van het water, van de bomen, de aarde, de rotsen, etc. Veiligheid en zekerheid vindt men in de stam en in bloedbanden. Dit maakt dat men zich volledig opoffert aan die stam of familie, en de wensen van het ‘opperhoofd’ en de ‘magische’ krachten van de geesten blindelings volgt. Het individu is niet alleen ondergeschikt aan de groep, het individu
bestaat niet zonder de groep. Men gedraagt zich conformistisch en gehoorzaamt rituelen. Iemands identiteit wordt bepaald door totems en bloedverwantschappen, uit de stam gesloten worden is gelijk aan een doodstraf.
“De wereld wordt als mysterieus ervaren en de basisbekommernis is veiligheid”
Express self, to hell with others
De clan logica werkt zolang het individu in de ban is van het magische en mysterieuze, en bereid is volledig op te gaan in de groep om veiligheid en zekerheid te genieten. Wanneer het individu het eigen ego ontdekt, en hier ook expressie aan wil geven, stoot men op de begrenzingen van het clan-denken en ontstaat een volgend denkkader, een ruw egocentrisch paradigma. Een wereld waarin het individu zichzelf ervaart, en vervolgens uitgedaagd wordt de persoonlijke vijanden en gevaarlijke krachten te verkennen en beheersen. De veiligheid van de clan valt weg en de wereld wordt een jungle, waar iedereen vecht voor de eigen plek. Express self, to hell with others.
In dit paradigma breekt men met tradities, rituelen en groepsdruk, en voelt het alsof de enige die je kan vertrouwen jijzelf bent. Het enige ‘zelf’ waarvan men hier bewust is, zijn de eigen fysieke gewaarwordingen. Fysieke kracht is bijgevolg waarmee men overleeft, en de eigen behoeftes het best mee kan bevredigen. De harde macho (of macha) die geen angst laat zien, en net daardoor respect afdwingt. Men waardeert enkel wat kan bijdragen tot het eigen comfort en breekt al datgene af dat niet daaraan bijdraagt. Men wil niet beheerst, beheerd of gecontroleerd worden door anderen, en eist ‘instant’ behoeftebevrediging. De primaire focus gaat om controle over anderen te hebben: eten of gegeten worden. Anderen ‘bezitten’ of exploiteren is daarbij geen probleem. Deze kleur liegt en bedriegt, verwart en maakt valstrikken zonder daar enig gevoel van schuld of schaamte bij te hebben. Deze emoties zijn in dit paradigma nog niet ontwikkeld.
In dit wereldbeeld is het voor het eerst mogelijk om eigen bezit te vergaren, en er verschijnt een nieuw fenomeen: de have’s and have not’s. Waarbij materiële goederen er alleen maar (voldoende tot overvloedig) zijn voor de machtigen, dit wil zeggen voor de fysiek sterken. Waarbij fysiek sterk ruimer is dan de individuele sterkte van één persoon, in rood is het normaal andere mensen als eigendom te beschouwen en voor jou te laten werken en vechten. Voor jouw welvaart, of in jouw leger. Waardoor de ‘have’s’ hun bezit konden uitbreiden ten koste van de have not’s, wat resulteerde in feodale structuren, lijfeigenschap en slavernij. Maar ook collectieve projecten zoals wegen en transport, en waterleidingssystemen.
De aandachtsboog in dit paradigma is doorgaans slechts ongeveer 20 minuten, men is onvoldoende ontwikkeld om een toekomst te zien, en men is zich zelfs nog niet bewust van de eigen sterfelijkheid. Men creëert een egocentrische maatschappij van straffeloosheid, wetten die het samenleven regelen zullen pas in het volgende paradigma ontstaan. Leven is impulsief, actie en reactie, zonder nadenken noch zelfbeheersing. Zonder aarzelen om mensenlevens op te offeren om de eigen levensstandaard te vergroten of behouden. Zonder schuldgevoel, noch schaamte.
“Voor het eerst is het mogelijk om eigen bezit te vergaren en er verschijnt een nieuw fenomeen: de have's and have not's”
II. Uitgaande paradigma's
In de huidige (Westerse) maatschappij herkennen we een dominantie van de paradigma’s die we ‘In God (Governement) we trust’ en ‘The sky is (not) the limit’ noemen. Deze zijn in elk individu in wisselende mate aanwezig. Het is trouwens niet de bedoeling om tijdens de transitie waar we momenteel doorgaan deze ‘oude’ denkwijzen en waarden achter te laten en te vervangen door een nieuw paradigma, het gaat om opties toevoegen. De huidige complexiteit in de wereld is te groot om nog met deze twee alleen aan te kunnen, dus voegen we straks iets toe aan alle eerder verworven kennis en competenties. Het nieuwe overstijgt, en omvat, het oude.
1. In God (Government) we trust.
Het ‘Express self, to hell with others’- paradigma creëert een wereld van agressie, uitbuiting en chaos. Dit is een situatie die uiteindelijk niet houdbaar is, en een tegenreactie zal uitlokken. Mensen komen steeds meer en massaler in opstand, opstanden die op een bepaald moment niet meer te onderdrukken zijn. Wie de macht heeft moet beginnen rekening houden met anderen, om zelf in leven te blijven. Men begint zich te realiseren dat er ook nog zoiets als een ‘ander’ bestaat. Emoties van schuldgevoel steken de kop op. Bovendien begint men te beseffen dat men sterfelijk is, en er ontwikkelt zich enig tijdsbesef en een eerste begrip van de toekomst. De mens begint te denken in oorzaken en gevolg. Opnieuw voegt de natuurlijke evolutie van de mensheid hier een extra dimensie van complexiteit aan toe: hoe ga je vreedzaam samenleven, hoe ga je om met sterfelijkheid en wat is de zin van het leven? Het antwoord hierop gaat uit van orde en structuur, absolute waarheden, en het leren beheersen van lagere impulsen.
Onze manier van denken, en bijgevolg ook de maatschappelijke ordening, wordt nog heel erg beïnvloed door de overtuiging dat om orde en structuur te bewaren een centraal gezag nodig is, dat door elke burger moet gehoorzaamd worden. Waarachter de impliciete gedachte schuilt van de maakbare samenleving, en het bestaan van een bepaalde groep van mensen die ‘weet hoe het moet’. Dat er meerdere opties om het leven te leiden, en om samen te leven, bestaan is in dit paradigma nog niet voor te stellen, die gedachte is nog te complex. Men vertrekt bijgevolg vanuit absolute waarheden (ideologieën), en een ‘juiste’
manier van leven en handelen. Opgelegd door autoriteiten en autoritaire figuren, van religie tot politiek. In een gezonde vorm van dit paradigma nemen leiders verantwoordelijkheid voor de groep, en krijgen in ruil loyale volgers. Het feit dat we in het Westen enkele generaties van goede leiders kenden en een functionerende verzorgingsstaat hadden, verklaart mogelijk waarom momenteel nog zoveel burgers een bijna blind vertrouwen in de overheid (en media) hebben.
“Vreedzaam samenleven vraagt om orde, structuur en centraal gezag”
Het economische en administratieve leven wordt top-down en gecentraliseerd ingericht, vanuit het geloof in (i) enerzijds orde en structuur en een gelijke behandeling van ieder lid en (ii) de schaalvoordelen en efficiëntie die dit zou opleveren. Er wordt duidelijkheid verschaft door het gebruik van wetten, procedures, functies, arbeidsverdeling en normen over wat goed is en wat niet. Liefst tot in detail uitgewerkt, want het individu is doorgaans angstig en risicomijdend, en werkt daarom graag ‘volgens het boekje’. Dit laat toe om grote groepen effectief te organiseren en vorm te geven aan massa-productie, maar ook wel aan massa- denken. Denken gebeurt dan volgens een bepaald narratief, de officiële of voorgeschreven werkelijkheid. Het leidt uiteindelijk tot bureaucratie maar de nadelen die dit met zich meebrengt (controle, gebrek aan creativiteit, doel-middel verwarring, etc) worden voor wie in dit paradigma leeft nog niet (duidelijk) gezien.
2. The sky is (not) the limit
In het bovenstaande paradigma mag je kleuren tot aan de lijntjes, maar er niet overheen gaan. De individuele creativiteit en zelfexpressie worden ingekapseld, en op een bepaald moment vraagt dit om een tegenreactie. Langzaam verschuift het zwaartepunt van een externe autoriteit naar het eigen zelf, het individu begint te geloven ‘Ik ben een betere autoriteit dan jij’. Geef de macht aan mij, dan los ik het probleem op, beter dan jij het kan. Dit nieuwe denken zal de maatschappij laten veranderen van een ‘centraal geleide’ organisatie naar een collage van ondernemende individuen die hun eigen autoriteit willen worden en de vrijheid en ruimte innemen om het beste leven voor zichzelf te construeren. De orde en stabiliteit uit het voorgaande wereldbeeld maakt plaats voor ontelbare egocentrische initiatieven zonder centrale sturing en met als focus het eigenbelang van de ondernemer. Dit leidt al snel tot een exponentiële toename in de complexiteit van het omgevingsniveau.
In dit paradigma wordt de wereld gezien als een plaats met ongelimiteerd potentieel, een vat vol onbegrensde mogelijkheden voor persoonlijk succes en vervulling. Na een denk- en waardenkader dat focuste op de groep, volgt een tijdperk van egocentrisme en zelfexpressie, waarbij men zelf op zoek gaat naar kansen om de eigen levensstijl te verbeteren. Hierbij leert men om in opties te denken, wat men inzet om het beste van het beste, voor zichzelf, te verkrijgen. Doel van het leven is dat je een winnaar bent, succes en competitiviteit zijn de norm. Men verwacht van zichzelf, en ook van anderen, een hoge energie en topprestaties. Uitblinken, en continue verbetering is de norm. Deze dragen bij aan het imago.
In dit paradigma is men bovendien permanent bezig met strategisch gedrag, en manipulatie om te verkrijgen wat men zelf wil en daarbij wordt alles ingezet, van taalgebruik tot manipulatie en morele druk, nudging en propaganda, en nog veel meer. Het verschil met het vorige paradigma is dat het nu ingezet wordt voor het eigenbelang, en niet om de orde en structuur ten voordele van de groep te bewaren. Dit wordt nog versterkt doordat dit waardensysteem sterk materialistische trekken heeft. Men wil het beste van het beste, voor zichzelf.
“Alle problemen die we tegenkomen lossen we op met technologische innovaties“
Politieke vaardigheden, net zoals wetenschap en technologie, zijn hier niet meer dan middelen om controle te verkrijgen, om de persoonlijke gewenste uitkomsten te realiseren, en risico’s te verminderen. En op hun eigen manier, leggen ze hun eigen ‘beste’ oplossing graag op aan de rest van de wereld, indien dit nodig is om hun eigenbelangen waar te maken. Versterkt door hun diep verlangen zelf de autoriteit te zijn. Er is een bijna religieus geloof in wetenschap en technologie, waarmee men denkt alle problemen te kunnen oplossen tot het elimineren van de dood toe. Men gelooft in het transhumanisme, en de maakbaarheid van de mens.
In deze denk- en waardencultuur verwordt politiek tot een economie waarbij geld politici motiveert, en men denkt alle problemen met geld (en een business plan) te kunnen oplossen. De democratie staat te koop en komt onder druk te staan. Het economisch landschap verandert van een natie naar een collage van bedrijven die niet leven en werken volgens de nationale wetten, maar volgens de ongeschreven regels van het zakenleven. The world as a business. De economie draait niet meer om basisbehoeften voor iedereen, maar om beleving en ervaringen, kicks. En snelle rijkdom voor de ondernemer, beloftevolle start-ups oprichten en deze zo snel mogelijk en met forse winst verkopen is een geliefde optie. De nieuwe keizerrijken, de ‘Mc Worlds’, zijn grote ondernemingen die rijker zijn dan landen, gedreven worden door eigenbelang en ‘too big to fail’ zijn. Met een geoliede machine aan lobby- en andere beïnvloedingsactiviteiten verwordt de wereld tot een bijzonder competitieve vrijhandelsplek waar het grootkapitaal achter de schermen en via besloten netwerken zoals het World Economic Forum de politiek stuurt.
II. Inkomende paradigma's
De lezer zal waarschijnlijk ook een aantal kenmerken van de inkomende paradigma’s herkennen, zeker van het eerste ‘Verbonden in Vrijheid’, omdat we al doorheen de transitie aan het evolueren zijn. Deze denk- en waardenkaders komen niet in de plaats van de vorige, maar worden eraan toegevoegd. Langzaam aan zullen we leren herkennen welke uitdagingen best met het oude (eenvoudigere) denken opgelost worden, en welke meer complex zijn en nood hebben aan het denken en de toolbox van de nieuwe paradigma’s.
1. Verbonden in Vrijheid. Relationeel & Relativistisch
Elk paradigma creëert op termijn eigen problemen en stuit op de grenzen van het eigen denk- en waardenkader. De combinatie van egocentrisch eigenbelang, materialisme en de overtuiging dat alles mogelijk is (the sky is not the limit) leidt de mensheid richting uitputting van de natuurlijke rijkdommen der aarde (inclusief mensen), extreme financiële en economische ongelijkheid, en technologische innovaties waarmee de mensheid zichzelf kan uitroeien. Als tegenreactie ontstaat een bewustzijn dat de planeet, en dus ook groei, haar grenzen heeft. Bovendien heeft de consumptiemaatschappij, de voortdurende focus op imago, het mechanistische wereldbeeld en oneindige concurrentie, de mens van zichzelf en zijn omgeving vervreemd, wat tot eenzaamheid en gebrek aan zingeving leidt. Er groeit een besef dat geld en succes alleen niet gelukkig maakt, en er verschijnt een behoefte om weer deel uit te maken van een gemeenschap. Men wil delen met anderen en een rijker innerlijk leven. Tegelijk ontstaat er kritiek op de invulling van wetenschap doordat de beperkingen van het lineaire oorzaak-gevolg denken steeds duidelijker wordt. Mensen beginnen te beseffen dat de actuele problemen binnen dit denken niet opgelost raken en enkel verergeren, en gaan op zoek naar een nieuw paradigma.
Opnieuw wordt er complexiteit toegevoegd, door voor het eerst de relationele en empathische dimensie in alle aspecten van het leven op te nemen. Welzijn wordt even belangrijk als welvaart, en er ontstaat een besef dat niet alleen alle mensen onderling verbonden zijn, maar ook de mensheid niet kan gescheiden worden van natuur en planeet. Na een egocentrische periode verschuift de aandacht weer naar het collectieve. Maar wel op een nooit eerder geziene manier: voor het eerst is er ruimte voor individu én groep tegelijk, voor het eerst ‘moet’ er niet gekozen worden tussen zelfexpressie en opoffering van het zelf voor het
hogere doel. Men beseft ten diepste dat de groep gemaakt wordt door het individu, en dat een sterke groep afhankelijk is van de individualiteit en soevereiniteit van haar leden. Er komt een besef van onderlinge verbondenheid en eenheid, waardoor de individuele autonomie van elk individu een evidentie wordt. Verbonden in vrijheid, om het geheel optimaal te dienen.
Het wordt soms ook het relativistische paradigma genoemd, wat betekent dat het vele meningen en perspectieven tegelijk kan zien, en de relativiteit van alles. Dit is ongeveer het tegengestelde van het dichotome/ideologische denken van het ‘In God/Government we trust’- paradigma, waarbij er één waarheid bestaat, en men de wereld hieraan wil onderwerpen. Het is een volgende interpretatie op de spiraal van evolutie, die frictie en andere meningen wel toelaat. Het kent nog een zekere rigiditeit
maar die zit dan in zaken zoals ‘alle meningen tellen’ en ‘gelijkheid moet’, in zekere zin dwingende overtuigingen die in het volgende paradigma in een nog breder kader geplaatst zullen worden. Het doel hier is, in tegenstelling tot het voorgaande ‘The sky is not the limit’ paradigma, dat iedereen in de groep een beter resultaat krijgt. Concurrentie wordt langzaamaan vervangen door een vorm van co-creatie, vanuit het inzicht dat ondernemen gaat om samenwerken om mensheid en planeet te dienen. Doordat de ideologie van de éne waarheid overstegen wordt beseft men dat centralisatie grenzen heeft en komt er terug ruimte voor een evenwicht tussen de lokale sterktes en noden, en de inter-afhankelijkheid op globaal niveau. Lokaal en decentraal worden opnieuw gewaardeerd, net zoals bottom-up. Waarbij het geen of/of vraagstuk meer is, maar een zoektocht om de en/en vorm te geven.
Dit paradigma legt de nadruk op
gemeenschapszin in klein verband en op samenwerking in wereldverband. Op mondiaal vlak ontstaat een streven om de verschillen tussen rijke en arme samenlevingen op te heffen en te zorgen voor gelijke kansen. Er is een openheid voor
wereldwijde samenwerking, het nationalistisch denken verdwijnt, maar na de ‘Mc World’ ervaring is men terug gericht op het behoud van de
culturele identiteit en soevereiniteit. Hoewel dit wereldbeeld open staat voor mondiale samenwerking wordt het ook anti-globalistisch genoemd, of beter gezegd
anti-corporatistisch. Wat logisch is gezien het denken in termen van
autonomie en gelijkwaardigheid.
Dit paradigma kan in intellectueel opzicht rationeel denken en vele alternatieven overwegen, maar een keuze wordt uiteindelijk gemaakt op basis van gevoel en de groep, niet op basis van informatie, kennis en regels. De conclusie hoeft bijgevolg niet de logica te volgen, eerder relativisme en empathie. Als een verandering door de groep wordt ingezet zal men deze steunen, ook al snapt men ze niet helemaal, men gaat voor wat de groep denkt dat juist is. Er zit de overtuiging achter dat dingen moeten veranderen maar men zelf niet diegene is die ze gaat veranderen, net zoals loyaliteit aan de groep een belangrijke rol speelt. Leiderschap legt men eerder bij de ‘groep’ waardoor er vaak weinig gebeurt. Door de focus op gevoel en op de groep verliest men weleens het zicht op doelen en effectiviteit.
De eerdere paradigma’s hebben niet zoveel op met deze nieuwe mindset. Niet alleen omwille van het ‘softe’ karakter, maar de openheid maakt zaken transparant die men liever niet naar buiten wil brengen. In de oude paradigma’s werd en wordt er veel in achterkamertjes en in selectieve business netwerken beslist, wat men liever niet aan het publiek toont. Men zal bijgevolg alles doen wat in de macht ligt om de opkomst van dit nieuwe paradigma tegen te houden.
“Na de materiële imago-maatschappij zoekt de mens terug naar contact, met zichzelf en anderen.“
2. Het systemische paradigma
De focus op relaties, gevoelens en emoties van het voorgaande paradigma kan leiden tot besluiteloosheid en ten koste gaan van resultaten en effectiviteit. Het relativistische wereldbeeld, waarbij relativistisch zich vertaalt als ‘alle vormen van verkennen’ heeft bovendien als nadeel dat men door de bomen het bos niet meer ziet. Bovendien leidt de groepsdruk ertoe dat er weinig ruimte is voor verdere individuele ontplooiing. Ook dit denk- en waardenkader heeft dus haar grenzen, en zal na verloop van tijd aangevuld worden.
In het systemische paradigma vinden we bedreven systeemdenkers en het is het eerste denksysteem dat een overzicht heeft over alle eerdere paradigma’s: de besluiteloosheid van het vorige relativistische paradigma, het egocentrische materialisme van ‘the sky is (not) the limit’, het rigide en de bureaucratie van ‘In God we trust’, en de impulsiviteit, de tijdloze rituelen en inertie van nog vroegere denksystemen. Men ziet een zekere volledigheid van de realiteit, zoals die nooit eerder waargenomen werd. De focus ligt weer op het individu en niet op de groep, wat een nieuwe trap van zelfexpressie mogelijk maakt. Dit keer gaat het om de uitdaging zichzelf te zijn, authenticiteit in de wereld te brengen. Alles overziende streeft dit paradigma ernaar om op een voor de omgeving verantwoorde manier onafhankelijk te zijn, met daarbij een focus op functionaliteit,
competentie en spontaneïteit. Men heeft een vorm van persoonlijke vrijheid ontdekt die anderen geen schade toebrengt en geen negatieve excessen van eigenbelang laat zien. Men heeft niet de behoefte een voetafdruk op deze aarde achter te laten, men hoeft zichzelf niet te bewijzen noch de wereld te verbeteren. Mensen zijn vooral gefocust op het leven ervaren en daaruit leren, en doen wat moet gedaan worden.
Leren doet men in dit denkkader op een natuurlijke en passende manier. Men is open om te leren van gelijk welke bron of context, van nature nieuwsgierig en men waardeert goede content, eerlijke en zuivere informatie, openheid, en een houding van willen ontdekken. Men weet waar de eigen grenzen liggen, lichamelijke en mentale beperkingen, maar kan er creatief mee omgaan. Men doet niets overtollig, en is succesvol omdat de dingen anders aangepakt worden. Beslissingen neemt men op basis van ratio en informatie, maar men heeft tegelijk een gevoel voor natuurlijke in plaats van rationele processen. Je zou kunnen zeggen dat het voelen van het voorgaande paradigma gecombineerd wordt met weten en werkelijk kennen. Men kan goed conceptueel denken en wil graag de oorzakelijke relaties zien, ervaren en begrijpen.
In dit paradigma is men
niet langer bezorgd om de
complexiteit van de problemen waartegen men aanloopt, men kickt er zelfs op. Men heeft bovendien een opmerkelijk vermogen om complexe problemen op te lossen. Graves kwam er overigens ook achter dat de oplossingen van dit paradigma veel kwalitatiever en creatiever zijn dan van alle vorige paradigma’s samen, wat hij verklaarde door de
grotere psychologische vrijheid van dit systeem. Wie volgens dit denkkader functioneert gaat wel pas tot actie over wanneer men met een probleem te maken krijgt dat hem/haar interesseert. In tegenstelling tot de vorige kleuren
wil dit paradigma de wereld niet veranderen of verbeteren, hij/zij wil gewoon de problemen oplossen zodat
het systeem vlot werkt, en neemt hierbij ook de
lange termijn mee. Men
verspilt geen energie totdat men zeker is dat men iets effectiefs kan doen. Vaak is dat pas nadat de ‘wereldverbeteraars’ uit de eerdere paradigma’s er een zootje van hebben gemaakt. Als daar werkelijk geen mogelijkheden toe zijn wordt het probleem (voorlopig) losgelaten.
“Men heeft niet de behoefte een voetafdruk op deze aarde achter te laten, hoeft zichzelf niet te bewijzen noch de wereld te verbeteren.”
In ons transitie onderzoek zijn wij bewust van paradigma’s om beloftevolle transitiestromingen te onderscheiden. Kennis van paradigma’s is van cruciaal belang omdat zij de lens zijn waardoor we de wereld zien. In het kader van transities is HOE we denken dan ook belangrijker dan WAT we denken. Onze denk- en waardensystemen moeten noodzakelijkerwijs aangepast zijn aan de complexiteit van onze omgeving.
Nieuwe paradigma’s omarmen én overstijgen de vorige. Dit betekent dat er niets weggegooid wordt, het gaat om het oude in balans brengen met de huidige uitdagingen, en een aantal zaken toevoegen. Vandaag vraagt dit om ‘de waarheid’ los te laten en nieuwsgierig alle mogelijkheden te exploreren, vergezeld van de competentie om comfortabel te blijven wanneer verschillende meningen zich aandienen, en er zich eventueel wat frictie voordoet. Hoe meer paradigma’s men kan omarmen, hoe groter de vrijheid, de creativiteit en de effectiviteit. Wie de uitdaging om nieuwe denk- en waardensystemen toe te laten aangaat, wacht een mooie beloning.
"We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them."
Albert Einstein
Bronnen:
Beck, Don E. & Cowan Christopher C. (1996). Spiral Dynamics. Waarden, leiderschap en veranderingen in een dynamisch model. Altamira-Becht.
Graves, Clare W. (2002). Levels of human existence. ECLET Publishing, Santa Barbara.
Herold, Max (2005). Denkfundamenten ontsluierd. Managementissues.com
Lees onze nieuwste blog
Sitemap
Disclaimer en privacyverklaring
Alle gegevens verzameld via deze website worden strict persoonlijk behandeld en worden niet doorgegeven aan derden.
De privacyverklaring van UCLL kan je hier nalezen.